Marktwerking in de zorg deel 2

In natura

Mijn column van vorige week over de verhouding tussen verzekeraar, zorgondernemer en patiënt, heeft een tsunami aan reacties opgeleverd. De tone of voice was daarbij nogal afhankelijk van de afzender. Zo las ik dat goedkoopste zorg altijd de beste zorg is (verzekeraar). En: ‘ik ontraad mijn eigen dochter om arts te worden’ (medisch specialist). Ook: ‘innovatie wordt geremd door de macht van verzekeraars’(zorgondernemer). Het punt is niet zozeer dat, maar hoe de zorg gereorganiseerd moet worden.

Het is een lastige kwestie. Ik begrijp -en vind als belastingbetaler zelf ook- dat de kosten van de zorg omlaag moeten.  Dat goede zorg goedkoper kan, is mij overduidelijk. Verzekeraars moeten  kosten drukken, maar tegen welke prijs? Moeten patiënten zich laten welgevallen dat niet zij zelf, maar hun verzekeraar bepaalt wie er aan hun lijf en leden komt? Hoe verhoudt zich dat eigenlijk tot het grondrecht op lichamelijke integriteit?

De zorg kan wel wat ondernemerschap gebruiken. Buitensporige kosten verdwijnen dan vanzelf, de efficiëntie gaat erop vooruit. De verschillende zelfstandige behandelcentra die worden bestierd door ondernemers bewijzen hun kunnen: de wachttijden zijn er korter, de service is beter en de kosten kunnen gewoon worden gedeclareerd.

Dat geldt voor mij, want ik heb een restitutiepolis. Daar heb ik bewust voor gekozen: ik wil als ondernemer niet te lang uit de roulatie zijn en bovendien ben ik gevoelig voor efficiëntie en service en wil ik zelf bepalen wie er aan mijn lijf zit als dat nodig is. Ik betaal daarvoor een serieuze premie en dat vind ik prima, want ik ben niet afhankelijk van een contract dat mijn verzekeraar heeft gesloten op voor mij onduidelijke gronden. Ik betaal dus voor keuzevrijheid en kies op de gronden die ik als ‘klant’ belangrijk vind.

Als de restitutiepolis vervalt, is dat voorbij. De verzekeraar die verantwoordelijk is voor het drukken van de kosten,bepaalt dan welke kwaliteit ik krijg. De gedachte dat alleen die instellingen met de beste prijs-kwaliteitverhouding overeind blijven, gaat alleen op als de daadwerkelijke klant -de patiënt zelf dus- óók kan kiezen. Zonder vrije artsenkeuze verliezen patiënten hun stem. Verzekeraars worden dan de klant en, als vanzelf, de koning.

Dat betekent dat ondernemerschap in de zorg onder druk komt: zonder contract kunnen zorginstellingen hun tent wel sluiten; de markt van patiënten die zelf willen kiezen, is dan immers kunstmatig weggevaagd. Waar ik kies voor de beste behandeling met de kortste wacht- en revalidatietijd, vindt mijn verzekeraar straks ongetwijfeld dat het wel wat goedkoper kan. De tijd (en omzet) die mij dat kost is immers niet hun, maar mijn probleem.

Ik wil betalen voor goede en goedkope zorg, maar wel graag met euro’s. En niet, zoals het kabinet het nu voorstelt, letterlijk in natura: met lijf en leden.

Gepubliceerd in het Financieele Dagblad, 6 maart 2013

Dit artikel kun je gemakkelijk bewaren door het te downloaden.

blog-19-marktwerking-zorg-deel-2